Hans Kazán is trots en blij dat hij een inspiratiebron voor anderen is in de Nederlandse goochelkunst, vertelt hij aan Weekend. “Dat begon toen ik lang geleden terechtkwam bij het tv-programma ‘Ren Je Rot’.
“Daar ging ik goocheltrucs uitleggen aan de kinderen. Veel goochelcollega’s riepen dat ik het vak te grabbel gooide, dat ik het kapotmaakte. Wat een onzin, dacht ik toen”, zegt Hans. “Het zijn kleine trucjes met een luciferdoosje, een dobbelsteen en een vingerhoed. Die moet je doorgeven, want je moet jonge aanwas creëren, er moeten nieuwe mensen komen”, vindt hij.
“Destijds wilde niemand dat geloven, maar nu zijn er mensen als Hans Klok en Victor Mids die het leerden uit mijn goochelboekjes uit die tijd”, vervolgt de goochelaar. “Die mij dankbaar zijn voor het vinden van een vak waar ze blij mee zijn. Hoe leuk is dat? Dan maakt mijn hart een sprongetje”, meent Hans.
